Deel twee: Samuel Otis Furniture
Voor de tweede aflevering van onze serie artikelen over makers die duurzaam design en vakmanschap centraal stellen in hun werk, gingen we op bezoek bij houtbewerker Samuel Otis van Samuel Otis Furniture.
Bekijk zijn verhaal hierboven, of lees het hieronder.
Vormende jaren
Samuel raakte voor het eerst in de ban van houtbewerking in de klas, tijdens de lessen ontwerp en techniek op de middelbare school. Daarna volgde een City & Guilds-diploma in meubelmakerij op de vakschool, en bij zijn eerste baantjes deed hij ervaring op.
‘Ik heb bij timmerbedrijven gewerkt, op scheepswerven en in fabrieken,’ zegt hij. ‘Door al die werkplekken heb ik echt inzicht gekregen in hoe het proces in elkaar zit.’
Maar pas toen hij een klein atelier opzette in Falmouth, Cornwall, en ging samenwerken met gelijkgestemde creatievelingen en mentoren, begon Samuel echt na te denken over zowel vorm als functie.
‘Ik ben eeuwig dankbaar voor de mensen die zo vriendelijk zijn geweest om me hun tijd en middelen te geven om me te steunen en me te helpen het vak onder de knie te krijgen,’ zegt hij.
‘Ze laten me weten wanneer een ronding te uitgesproken of juist te subtiel is. Ze noemen ontwerptrends waar ik nog nooit van gehoord heb en wijzen me de juiste richting.
‘Ik heb een heel eenvoudige stijl, met strakke lijnen en vloeiende rondingen.’
Herkomst en inspiratie
Tegenwoordig ligt Samuels werkplaats op het platteland van Cornwall, en al het hout voor zijn woonaccessoires en opdrachten haalt hij uit die provincie.
‘Het is echt heel bijzonder voor me om te weten dat de planken van bepaalde landgoederen in Cornwall komen,’ legt hij uit.
De nerf is net zo belangrijk als de herkomst van het hout, en die bepaalt hoe hij elk stuk maakt.
‘Als je naar mijn werk kijkt, valt het hout meteen op. Het vormt het middelpunt,’ zegt Samuel. ‘Er zitten veel stukken in mijn archief die er niet zo uit zouden zien als de kenmerken van de houtnerf er niet waren.’
Een van de technieken die Samuel vaak gebruikt om deze kenmerken naar voren te brengen, heet ‘bookmatching’.
‘Ik kan een stuk [hout] in het midden doorzagen en het openklappen, en dan krijg je zo’n geweldig patroon.
‘Elke houttekening komt extra goed tot zijn recht door bookmatching, en daarom is het een belangrijk onderdeel van mijn werk, of het nu om kastdeurtjes gaat of om mijn dienbladen.’
Er zijn heel veel verschillende figuren, en Samuel kent ze allemaal goed.
‘Spalting is een schimmel die in het hout groeit,’ legt hij uit. ‘Je kunt het vastleggen op het moment dat de schimmel net het pigment uit de houtnerf heeft opgegeten, waardoor er een contrast ontstaat tussen lichte en donkere tinten.’
Es is een van zijn favorieten vanwege de fijne nerf en de ‘kathedralen’, de boogachtige patronen in de nerf die op gotische ramen lijken.
‘Ik gebruik veel essenhout in mijn werk, omdat het poreus is en heel fijn te bewerken is. Ik vind de ‘kathedralen’ die je erin ziet ook mooi, en de patronen aan de rand van de plank, vooral bij essenhout met knoesten.’
'Warrelknoest is een opeenhoping van knoesten die in een boom vast komen te zitten. De knoesten raken in elkaar verstrengeld, komen aan de buitenkant van de boom vast te zitten en trekken zich vervolgens weer naar binnen. Dit creëert een wervelende beweging in de houtnerf, wat prachtig is voor een decoratieve bovenkant van een sieradendoos.'
'Goede dingen duren voort'
Samuel grijpt regelmatig terug op oude stukken om zijn vakmanschap te verbeteren.
‘Ik heb dagelijks te maken met allerlei meubels die in de 19e eeuw zijn gemaakt,’ zegt hij. ‘Het is heel leerzaam om te zien hoe deze meubels zijn gemaakt, want ze hebben zich al lang bewezen.’
‘Er zijn tegenwoordig niet veel mensen meer die meubels maken, en dat vind ik echt jammer. En ik denk dat het heel belangrijk is om die vaardigheid weer nieuw leven in te blazen, want mensen moeten weten hoe ze dingen moeten maken.'
‘Er komen heel veel mooie dingen van makers: Pottenbakkers, houtbewerkers, mensen die met metaal werken.’
‘Goede dingen zijn waardevol. Goede dingen gaan lang mee. Goede dingen zijn redden het milieu.’